Situatie Pensioenfondsen divers

08/03 Van de redactie

Door onvoldoende herstel sinds het uitbreken van de crisis moeten 68 pensioenfondsen in april een korting doorvoeren. Er is echter een veel groter aantal fondsen dat niet hoeft te korten en een aantal fondsen heeft zelfs in crisistijden kunnen indexeren. Terugkijkend over de afgelopen vijf jaar is het beeld divers.

Van de huidige 381 pensioenfondsen, hebben er sinds 2008 276 fondsen geïndexeerd, 64 zowel geïndexeerd als gekort, 11 alleen een korting doorgevoerd, en 30 geen van beide. De omvang van de indexatie is groter dan de omvang van de kortingen: de gewogen gemiddelde indexatie sinds 2008 bedraagt 3,5% en de korting 1,0%. Vertaald naar het aantal deelnemers: de kortingen raakten 0,3 miljoen mensen, indexatie 11 miljoen mensen, 0,3 miljoen geen van beide en 5,3 miljoen mensen zagen hun pensioenen zowel in waarde toenemen door indexatie als afnemen door korting.

 

Korten

Het kortingsbesluit vindt haar oorsprong bij het begin van het hersteltraject eind 2008. Toen daalde de dekkingsgraden van ruim 200 pensioenfondsen onder het minimaal vereiste niveau van ongeveer 105%. Deze fondsen kregen destijds vijf jaar de tijd voor herstel. Uiteindelijk korten er dit jaar 68 pensioenfondsen, dit is 35 fondsen minder dan vorig jaar werd verwacht.

 

Indexatie

De meeste pensioenen groeiden de afgelopen vijf jaar maar gedeeltelijk mee met de prijsinflatie. Slechts een beperkt aantal fondsen kon volledig indexeren. Gemiddeld bleef de pensioensector circa 6,3% achter op de prijsinflatie. In het jaar 2008 is er relatief veel indexatie verleend. Reden hiervoor is dat de verleende indexatie begin 2008 gebaseerd is op de financiële situatie in het laatste kwartaal van 2007. Toen stond de pensioensector er relatief nog goed voor.

 

Dezelfde omstandigheden, verschillende uitkomsten

Waar de pensioensector een sterk uiteenlopend beeld oplevert als het gaat om kortingen en indexaties, rijst de vraag waarom de mate van indexatie en kortingen per fonds sterk uiteenloopt. Elk pensioenfonds kampt immers met dezelfde verslechterde omstandigheden, zoals de lage rente, de gestegen levensverwachting en de afzwakking van het premie-instrument. Inventarisatie van de gegevens door DNB leert dat er drie oorzaken zijn die de verschillen tussen pensioenfondsen grotendeels verklaren. In de eerste plaats is uiteraard de uitgangspositie van het pensioenfonds aan het begin van de crisis een belangrijke factor. Een pensioenfonds met hogere buffers kan tegenslagen gemakkelijker opvangen. Daarnaast speelt ook de aard van de regeling een belangrijke rol. Sommige pensioenfondsen (vooral ondernemingspensioenfondsen) indexeren meer omdat werkgevers bijstorten om kortingen of het uitblijven van indexatie te voorkomen. Een derde reden is gelegen in het beleggingsbeleid en de mate van rente-afdekking door pensioenfondsen: fondsen die tijdig het renterisico volledig of in belangrijke mate afdekten, hebben minder last gehad van de dalende rente. Dit wordt ook geïllustreerd door de onderstaande grafiek die de oorzaken van de mutatie van de dekkingsgraad in de periode 2009-2012 laat zien voor de kortingsfondsen.

 

De rentedaling is een belangrijke factor geweest die ten grondslag ligt aan de daling van de dekkingsgraden. Hiertegenover staat een forse stijging van de dekkingsgraad door hogere rendementen. Meer dan de helft van deze hoge rendementen is echter toe te schrijven aan diezelfde rentedaling. Dit hangt samen met beleggingen van pensioenfondsen in vastrentende waarden en de mate van afdekking van het renterisico. Want wanneer de rente daalt, stijgt niet alleen de waarde van de verplichtingen, maar ook de waarde van obligaties en swapcontracten. (zie ook de Kamerbrief over de rekenrente en uitvoeringskosten, pagina 4 en 5). Pensioenfondsen die hun renterisico volledig hebben afgedekt, hebben de stijging van de verplichtingen door een dalende rente volledig kunnen neutraliseren. Overigens is dit uiteraard wijsheid achteraf. Het huidige pensioencontract dient in feite twee doelen: borging van opgebouwde aanspraken en de ambitie om aanspraken in de toekomst te kunnen laten stijgen met prijzen of lonen. Rente-afdekking draagt bij aan de eerste doelstelling, maar niet per se aan de tweede doelstelling, integendeel. Met name bij hoge inflatie kan rente-afdekking funest zijn voor de ontwikkeling van de reële dekkingsgraad.

In de periode 2009-2012 steeg de gemiddelde dekkingsgraad met 2,2 %-punt, overigens vooral door de invoering van de Ultimate Forward Rate. Al met al waren de hoge rendementen niet voldoende om de daling van de rente, de stijging van de levensverwachting en de in deze periode verleende indexatie te compenseren.

 

Bron| DNB

 

 

 

Terug naar overzicht

Populaire startpagina's

Vacatures juniors
Vacatures Amsterdam
advocaat-stagiair
Vacatures notariaat
bedrijfsjurist
Vacatures Den Haag
advocaat
Legal counsel
Vacatures bedrijfsjurist
Jurist
Vacatures seniors
Vacatures Utrecht
Vacatures advocatuur
Advocaat-medewerker

JBB is een uitgave van Jobs 4 Professionals.

Alle rechten voorbehouden. Copyright © 2017 www.jbb.nl.