Advocaten lijken met geen stok met pensioen te krijgen (FD)

Geschreven door
Redactie JBB

Gepubliceerd
03 okt 2019

03 okt 2019 • door Redactie JBB

Oudere advocaten over hun leven na de Zuidas

Advocaten lijken met geen stok met pensioen te krijgen. Toch moeten juist zij vaak al op hun zestigste stoppen. Dat geldt vooral voor advocaten op de Amsterdamse Zuidas: jongere collega’s azen op hun partnerplek. Het verhaal van drie levens ná de Zuidas.

 

In het kort

Zuidas-kantoren sturen hun advocaten in de regel rond hun zestigste met pensioen.

Tot verdriet van de pleiters: ze voelen zich mentaal en fysiek in topvorm en willen niet stoppen.

Voor de zuidassers die geen zin hebben in de 'geraniums' zijn er gelukkig nog alternatieven.

1. De ondernemer

Notaris René Clumpkens (65) moest stoppen bij Zuidas-kantoor De Brauw Blackstone Westbroek toen hij zestig werd. 'Ik had de verplichte pensioenleeftijd bereikt'. Hij zat toen 31 jaar bij de firma en had makkelijk met pensioen gekund. 'Maar daar had ik geen zin in'. Dus richtte hij samen met twee collega's Zuidbroek Notarissen op.

Grapje

'Een grapje', legt hij uit. 'Westbroek is de naam van de notariële tak van De Brauw. Wij wilden een notariskantoor in Amsterdam-Zuid, dus gebruikten we Zuidbroek als werknaam. Uiteindelijk besloten we om hem maar te houden. We hadden het kantoor naar onszelf kunnen vernoemen, maar als het kantoor uitbreidt, moet je er dan namen aan vastplakken?'

René Clumpkens René Clumpkensfoto: Thijs Ter Hart

‘Het voordeel van een klein kantoor is dat je met minder mensen hoeft te overleggen’ • René Clumpkens

Zuidbroek breidde uit: het kantoor op de rustige Koningslaan telt inmiddels zesentwintig mensen, van wie er vijf mede-eigenaar zijn. Toch blijft het een kruimel vergeleken met De Brauw, waar meer dan zeshonderd mensen werken. De drukte heeft Clumpkens niet gemist. 'Zo'n groot kantoor is ongelooflijk leuk hoor, maar het voordeel van een klein kantoor is dat je met minder mensen hoeft te overleggen. We beslissen hier met z'n vijven.'

Kwajongens en kwameisjes

Bijvoorbeeld welke klanten Zuidbroek aanneemt. 'Bij De Brauw moesten we soms bedrijven afwijzen omdat hun omzetten te klein waren. Nu maakt het me niet uit hoe groot de klant is, als ik het maar interessant vind.'

Een ander verschil is de sfeer: 'Het is hier een stuk meer kwajongens en kwameisjes. Zeker vergeleken met De Brauw, wat vrij deftig is. Je bent daar onderdeel van een merk.'

2. De Boetiek

Wie als Clumpkens in een klein kantoor wil werken maar geen eigen zaak wil opstarten, kan zich aansluiten bij een 'boetiek', een koosterm voor een specialistisch kantoor dat zich op een handjevol rechtsgebieden focust. Bijvoorbeeld Viotta Law van de 71-jarige Leo Spigt, dat zich onder meer met ondernemings- en insolventierecht bezighoudt.

Het kantoor dat hij in 2014 oprichtte, 'mijn negende inmiddels', telt vijf advocaten van wie er twee ex-Zuidassers van in de zeventig zijn. Binnenkort komt er waarschijnlijk een derde bij.

Aan oudere advocaten kleven voor hem twee voordelen: ze hebben veel ervaring én stralen autoriteit uit. Spigt, die volgend jaar zijn 45-jarig jubileum als advocaat hoopt te vieren, vindt het onbegrijpelijk dat de Zuidas-kantoren dat niet lijken in te zien.

Leo Spigt Leo Spigtfoto: Viotta Law

‘Weet je wat het ook is, wij zijn verslaafd aan ons vak. Het ís ook heel leuk. De bel gaat en je weet nooit wie er op de stoep staat.’ • Leo Spigt, oprichter Viotta Law

Walhalla

Al heeft hij er wel zo zijn ideeën over. 'Het is een kwestie van geld', denkt hij 'Het gaat de jongere advocaten erom een plekje in het Walhalla te krijgen.' Met het Walhalla doelt Spigt op de partners, die samen in veel gevallen eigenaar zijn van het advocatenkantoor. Zij verdienen het meeste geld: grofweg tussen de €300.000 en ruim een miljoen per jaar bij kantoren als Stibbe, De Brauw of NautaDutilh.

De verhouding tussen het aantal advocaat-medewerkers en het aantal partners, de zogeheten leverage, speelt daarbij een belangrijke rol. Hoe minder partnerplekken, des te kleiner de kans op zo'n plek, des te feller de concurrentie.

Continu schakelen

Deze poule van potentiële vervangers zet druk op de zittende partners om te pieken: projecten binnenslepen, nieuwe klanten werven en zaken winnen. Zodra een partner op leeftijd afzwakt, zien jongere medewerkers een kans om zichzelf naar voren te schuiven en wordt de partner gevraagd met pensioen te gaan, is de ervaring van Spigt.

Op de vraag of pensioengerechtigde advocaten onder wie hijzelf, niet in alle rust wijn moeten gaan maken in Frankrijk, reageert hij laconiek: ‘Ach, wij zijn als beroepsgroep misschien een beetje fantasieloos’, om zichzelf meteen te corrigeren. ‘Nee, maar weet je wat het ook is, wij zijn verslaafd aan ons vak. Het ís ook heel leuk. De bel gaat en je weet nooit wie er op de stoep staat en met wat voor probleem...'

Seniores sed non seniles

Spigt benadrukt graag dat hij eind jaren tachtig als deken van de Nederlandse Orde van Advocaten de verplichte leeftijdslimiet van 70 voor advocaten geschrapt kreeg. 'Het sloeg nergens op. Zolang je niet seniel bent en goed functioneert, kan je uitstekend het beroep van advocaat uitoefenen.' Spigt en zijn medestanders doopten hun campagne indertijd: Seniores sed non seniles, Latijn voor oud maar niet seniel.

In Amerika speelt deze discussie nauwelijks, vertelt hij. 'Daar kan een partner van een jaar of zeventig blijven hangen. Zakelijk begrijpelijk, want je wil die ervaring niet kwijt. Iemand moet bovendien de jonge mensen opleiden. Senioriteit is in Amerika heel normaal, kijk maar naar Alan Greenspan (de Amerikaanse oud-bestuurder van de centrale bank Fed, hij stopte op zijn 80e, red.).’

3. The American Way

Niet elke Zuidas-nestor zal evenveel zin hebben om naar de Verenigde Staten te emigreren om daar zijn loopbaan voort te zetten. Dat hoeft ook niet: er zitten genoeg Amerikaanse kantoren in Nederland. Een daarvan is Greenberg Traurig dat sinds 2003 een kantoor heeft aan het Leidseplein in Amsterdam.

‘Klanten willen een senior aan de telefoon hebben, niet iemand die er net vier jaar werkt’ • Thomas van der Vliet, managing partner Greenberg Traurig Amsterdam

Het advocatenkantoor, dat qua omzet het twintigste ter wereld is (2018), hanteert geen formele leeftijdslimiet, vertelt Thomas van der Vliet (41). De managing partner van het Amsterdamse kantoor hoopt de komende maanden zelfs meer oudere advocaten binnen te halen. 'Klanten willen een senior aan de telefoon hebben, niet iemand die er net zit', vertelt hij.

Maatjes

Zo kwamen Bas Vletter (58) en Herald Jongen (57) begin september op het Leidseplein terecht. Vletter en Jongen zaten tot afgelopen zomer op topposities bij de fusie- en overnamepraktijken van respectievelijk Loyens & Loeff en Allen & Overy. De twee kennen elkaar sinds 1985, toen ze startende juristen waren bij een voorganger van Loyens & Loeff. Afgelopen maand werden de twee 'maatjes' weer collega's toen ze overstapten naar Greenberg.

Post-zestig opties

De twee zeggen niet dat ze vanwege hun leeftijd weg moesten, wel dat ze halverwege de vijftig over hun 'post-zestig' opties moesten gaan nadenken. 'Een jaar of vier, vijf geleden zaten Bas en ik met een glaasje wijn aan de keukentafel. “Willen we niet nog eens ondernemen?”, vroegen we elkaar'.

Met pensioen gaan zat er niet in. 'Zo zitten we niet in elkaar!' zegt Jongen vurig, 'we hebben geen zin in geraniums.' Tijdens hun gesprekken passeerden alle opties de revue, maar het werd uiteindelijk opnieuw een groot kantoor: Greenberg Traurig. Ze gingen niet over één nacht ijs, 'ik denk dat we voor onze overstap wel met vijftig, zestig partners hebben gesproken', vertelt Vletter.

Jonge jongens

'We zagen bij Greenberg een entrepreneurial opportunity', zegt Jongen met een geanimeerd Amerikaans accent. 'Het is een boetiek-plus', vult hij aan. 'We runnen hier in feite onze eigen praktijk, maar dan met het klanten- en kennisnetwerk van Greenberg achter ons.'

Dat leeftijd ook in de advocatuur maar een getal is, bewijst Leo Spigt later telefonisch. 'Die twee die naar Greenberg zijn gegaan? Ja, die ken ik, jonge jongens nog'.

Bron: FD.nl